Tomatenbolletjes

Een lekker recept wat je in de vroege ochtend vogelgeschetter op de achtergrond klaar maakt wanneer je aan het eind van de middag gasten verwacht.
Want brood bakken is evenals poëzie schrijven een enigszins melancholische roeping, waarvoor een geest vrij van tijdsdruk een vereiste is. De dichter en de bakker zijn verwanten in hun essentiële taak de wereld van voedsel te voorzien.

Vet een bakplaat licht in.
Zeef 225 gram bloem en een 1/2 theelepel zout boven een grote kom. Roer hier een zakje gist doorheen, 100 gram gesmolten (beetje afgekoelde) roomboter, 3 eetlepels warme melk en 2 losgeklopte eieren.

Leg het deeg op een met wat bloem bestoven werkblad en kneed het ongeveer 5 minuten.

Leg het deeg in een ingevette kom, dek het geheel af met een theedoek en laat het 1,5 uur op een warme plek rijzen tot het volume is verdubbeld. Kneed het deeg dan nog een paar minuten.

Neem 50 gram zongedroogde tomaten op olie uit blik of glas en laat ze goed uitlekken. Dep ze af, snijd ze fijn en kneed ze door het deeg.

Verdeel het deeg in 6 ballen en leg ze op de bakplaat. Dek ze af en laat ze 30 minuten rijzen tot het in volume is verdubbeld.

Bestrijk het deeg met wat melk en bak de ballen 10-15 minuten in een voorverwarmde oven op 230 graden tot ze goudbruin zijn. Laat ze wat afkoelen voordat je ze serveert. Geef er mooie Franse kaas bij. Ook heerlijk bij één van die lauwwarme salades uit dit boekwerkje…

Geef een reactie