Tarbot met wilde paddestoelen

Tarbot is absoluut de koning onder de platvissen. Een prachtige smaak. Reken per persoon op 175 gram vis, dan zit je goed.

Voor het gemak ga ik uit van twee personen.
We maken het eerst de saus en dat gaat als volgt:
Ik gebruik er het liefst een gietijzeren pan voor. Verhit 15 g boter met een halve eetlepel Bertolli. Roer hierin een fijn gesnipperd sjalotje zachtjes gaar. Verhoog daarna de temperatuur en stop er 150 gram wilde champignons bij. Bijvoorbeeld cantharellen, grotchampignons, eekhoorntjesbrood (allemaal goed te verkrijgen bij AH).
Voeg daarna 150 ml visfond toe (en wederom is AH je vriend, het is in potten te verkrijgen) met een eetlepel gehakte bieslook, plus wat zout en peper. Breng het geheel aan de kook en laat dit 3 minuutjes doorkoken tot een siroopachtige vloeistof. Temper dan de warmte, en klop er voorzichtig nog 15 g boter doorheen om de saus te binden. Op smaak afmaken met zout en of peper. Meteen over de vis.

Vis braden. Wrijf een pan met dikke bodem in met iets zonnebloemolie en verwarm hem tot hij erg heet is. Bestrijk dan een kant van elke tarbotfilet met nog wat olie en leg de filet in de pan. Laat hem 3 minuten bakken en keer de vis dan om. Temper de warmtebron iets en laat de vis nog eens 1 tot 2 minuten bakken tot hij net gaar is.

Serveer er een gepofte aardappel bij. Of nieuwe aardappeltjes met schil in vieren gesneden en gekookt in kippenbouillon. Peentjes?

Geef een reactie